Wiskunde
Wiskunde is het vak van de getallen: verschillende soorten getallen, verzamelingen van getallen, getallen op een rij, getallen in het platte vlak, getallen in de ruimte, rekenen met getallen, rekenen met letters, het analyseren en voorspellen van getallen en getallen in afbeeldingen weergeven.
Wist je dat het Nederlands één van de weinige talen is met een eigen woord voor dit vak? In de meeste andere talen spreekt men van mathematics, Mathematik, mathématiques, matemáticas, matemática, wat allemaal afkomstig is van het Griekse woord máthèma dat wetenschap, kennis of leren betekent. Het Nederlandse woord wiskunde is door wetenschapper en ingenieur Simon Stevin in de 17e eeuw als wisconst (kunst van het gewisse of zekere) ingevoerd.
Zoals het woord al aangeeft, willen we in de wiskunde zeker zijn van onze zaak. Daarom hechten wij veel belang aan berekeningen, logische tussenstappen, het aantonen of bewijzen van het resultaat. In deze zin is elke wiskundige opgave te zien als een zoektocht naar de waarheid.
Het vak wiskunde kent vele deelgebieden, zoals rekenkunde, algebra, vlakke- en ruimtemeetkunde, goniometrie, analyse, rijen en reeksen, logica, verzamelingenleer, combinatoriek, statistiek en kansrekening, en toegepaste wiskunde.
Wiskunde op het Spinoza
Aan het Spinoza Lyceum werken wij met de boeken van Getal en Ruimte. Daarnaast moet je zelf zorgen voor 10mm A4 ruitjesschriften, een geodriehoek, passer, pen, (vul-)potlood en een twee-regelig TI-30XB of TI-30XS rekenmachine van Texas Instruments. Het is belangrijk dat je dit ALTIJD bij je hebt! In de bovenbouw werken we met de TI-83/TI-84 grafische rekenmachine.
In de onderbouw krijg je in elke klas ongeveer drie uur per week wiskunde en wordt wiskunde in elke periode gegeven. In de wiskundelessen op het Spinoza wordt veel aandacht besteed aan het zelfstandig werken en leren. In de bovenbouw van het havo en het vwo maken leerlingen een keuze tussen wiskunde A, B of C.
Wiskunde A, B, C of D?
Op weg naar het diploma, splitst het vak zich in wiskunde A, B, C, of D. Voor havo-leerlingen met het Cultuur en Maatschappij-profiel is wiskunde geen verplicht vak. Maar let op: ook als je een CM-profiel kiest kan wiskunde belangrijk zijn voor je vervolgopleiding. Ga na of het vak wiskunde voor jou misschien van belang is. Wiskunde‑A of ‑C is dan voor dit profiel de beste keuze.
Wiskunde‑A kan gekozen worden in de afstudeerprofielen Economie en Maatschappij (EM) en Natuur en Gezondheid (NG). Er wordt veel kansrekening, telproblemen en statistiek in behandeld. Verder leer je omgaan met tabellen en verschillende soorten grafieken en formules. Het rekenwerk gaat niet erg diep, maar dat maakt wiskunde‑A nog niet tot een makkelijk vak. In vergelijking met wiskunde‑C krijg je iets meer onderwerpen en moeilijker problemen op te lossen. De opgaven die we behandelen zijn vaak situaties en problemen uit de praktijk. Belangrijk bij wiskunde‑A is dat je problemen uit de praktijk leert te vertalen naar een stuk wiskunde en dat je teksten kunt verklaren. Wiskunde‑A is dus wiskunde die wordt toegepast in allerlei praktische situaties. Behandelde onderwerpen zijn: formules, functies, grafieken, vergelijkingen, algebra (rekenen met letters), differentiëren, rekenregels, rijen en reeksen, statistiek, telproblemen en kansen, normale en binomiale verdeling, toetsen van hypothesen, grafen en matrices.
Wiskunde‑B is bestemd voor de EM-, NG- en NT-profielen. In het Natuur en Techiek profiel is wiskunde‑B een verplicht vak, bij de EM- en NG-profielen mag je ook kiezen voor wiskunde‑A. Er wordt veel gewerkt met formules, grafieken en er wordt veel in gerekend. De opgaven die we behandelen zijn soms situaties en problemen uit de praktijk, maar ze kunnen net zo goed over formules en grafieken zonder praktische betekenis gaan. Bij wiskunde‑B leer je dus abstracte problemen op te lossen met moeilijke wiskundige technieken. Het zijn vaak ingewikkelde “puzzels” waarin gerekend moet worden. Voor wiskunde‑B is het dan ook niet alleen van belang dat je wiskunde leuk vindt, maar ook dat je puzzelen leuk vindt, dat je tijd aan het vak wilt besteden en dat je doorzettingsvermogen hebt. Het wiskundige niveau en het niveau van abstractie is hier hoog. Behandelde onderwerpen zijn: formules, functies, grafieken, vergelijkingen, logaritmen, goniometrie, algebra (rekenen met letters) en algebraïsche technieken, differentiëren, integreren, rekenregels, bewijzen in de vlakke meetkunde. In wiskunde‑B zit geen kansrekening en statistiek. Vooral voor veel technische vervolgopleidingen is wiskunde‑B verplicht en noodzakelijk. Hierbij kun je denken aan opleidingen aan technische hogescholen en universiteiten, zoals bijvoorbeeld in Delft, Eindhoven en Twente, maar bijvoorbeeld ook aan de universitaire studies Wiskunde, Natuurkunde, Scheikunde en ook Econometrie. Ook voor Geneeskunde is wiskunde‑B aan te bevelen.
Wiskunde‑C is een geschikt vak bij het vwo CM-profiel. Het vak lijkt zeer sterk op wiskunde‑A, maar omvat minder onderwerpen. Er wordt veel kansrekening, telproblemen en statistiek in behandeld. Verder leer je omgaan met tabellen en verschillende soorten grafieken en formules.
Wiskunde‑D is een keuzevak dat je alleen in het NT-profiel kan kiezen. Op het Spinoza bieden we het vak niet aan. Een aantal onderwerpen uit wiskunde‑D zijn bij ons geïntegreerd in het vak Natuur Leven en Techniek (NLT). Je krijgt hierbij andere onderwerpen en je gaat dieper in op zaken die je ook bij wiskunde‑B al hebt gehad. Behandelde onderwerpen zijn: wiskunde in technologie, statistiek en kansrekening, toepaste analyse (rekenen met formules). Ook modelleren speelt hier een belangrijke rol.

